Strategie

Asset allocation: aandelen, obligaties, cash

Asset allocation: aandelen, obligaties, cash

Asset allocation klinkt als jargon, maar het is in de kern een eenvoudige vraag: welk deel van je geld zet je in aandelen, welk deel in obligaties en welk deel in cash? Onderzoek dat al sinds de jaren tachtig wordt herhaald laat zien dat deze verdeling de grootste verklaring is voor het rendementsverloop van een portefeuille op de lange termijn. Het kiezen van individuele aandelen of het juiste instapmoment doet er veel minder toe dan de basisverdeling tussen de categorieën. In dit artikel lees je wat aandelen, obligaties en cash doen in een portefeuille, welke standaardverdelingen er bestaan, hoe lifecycle-fondsen werken en waar je in Nederland op moet letten.

De basis: wat doet elke categorie?

Aandelen geven een aandeel in een bedrijf. Op de lange termijn hebben breed gespreide aandelenindices historisch het hoogste rendement geleverd van de drie categorieën, maar met de grootste schommelingen. Drawdowns van 30% tot 50% in een diepe crisis zijn historisch voorgekomen. Obligaties zijn leningen aan overheden of bedrijven. Ze geven doorgaans een lager, maar stabieler rendement. De koers van obligaties beweegt tegengesteld aan de rente: stijgt de rente, dan dalen de koersen van bestaande obligaties. Cash, oftewel spaargeld of een geldmarktfonds, brengt op korte termijn de minste schommeling, maar wordt op lange termijn vrijwel altijd ingehaald door inflatie. De combinatie van die drie geeft een portefeuille die beter bestand is tegen verschillende economische scenario’s.

Bekende verdelingen

De 60/40-portefeuille (60% aandelen, 40% obligaties) is decennia lang een standaard geweest voor gematigde beleggers, vooral in de Verenigde Staten. Een 80/20-verdeling is gangbaar voor jongere beleggers met een lange horizon en stevige risicobereidheid. Een 40/60-verdeling past meer bij beleggers in de afbouwfase of vlak voor pensioen. Een bekende vuistregel is age-in-bonds: je zet een percentage in obligaties gelijk aan je leeftijd. Iemand van 30 belegt dan 70% in aandelen en 30% in obligaties, terwijl iemand van 60 een 40/60-verdeling aanhoudt. Veel adviseurs vinden die regel inmiddels te conservatief omdat mensen langer leven en hogere reële rendementen nodig hebben. Een variant is daarom 110-leeftijd of zelfs 120-leeftijd in aandelen.

Lifecycle-fondsen

Een lifecycle-fonds (ook wel target date fund of strategiefonds genoemd) doet de asset allocation automatisch voor je. Het fonds start met een groot aandelendeel als je jong bent en bouwt dat geleidelijk af naarmate je de pensioendatum nadert. De manier waarop dat gebeurt heet een glidepath. In Nederland zijn lifecycle-portefeuilles populair binnen pensioenpotjes (bijvoorbeeld bij ABN AMRO, ING, Brand New Day, BinckBank/Saxo). Ook Vanguard biedt met de LifeStrategy-reeks vier mixfondsen aan, in verdelingen van ongeveer 20%, 40%, 60% en 80% aandelen, met de rest in obligaties. Deze fondsen herbalanceren automatisch en zijn breed gespreid via onderliggende indexfondsen. Voordeel: je hoeft zelf niets te doen aan asset allocation. Nadeel: je hebt geen invloed op de regio-verdeling en de obligaties zitten in een vast mandje.

Praktische tips

  • Bepaal eerst je beleggingshorizon: hoe lang kan het geld weg? Tot 5 jaar past niet bij een hoog aandelendeel.
  • Kies een verdeling die je kunt volhouden in een slechte beursperiode. Een 80/20-portefeuille met een paniekreactie bij minus 30% levert minder op dan een 50/50-portefeuille die je wel uitzit.
  • Reken cash voor de korte termijn (noodbuffer, geplande uitgaven binnen 3 jaar) niet mee in je beleggingsmix.
  • Houd kosten laag: brede aandelen-ETF’s hebben een TER tussen circa 0,05% en 0,30%, obligatie-ETF’s vaak in dezelfde range.
  • Hergebruik fondsen waar mogelijk. Een wereldwijde aandelen-ETF (zoals een MSCI World of FTSE All-World tracker) plus een Euro-obligatie-ETF dekt al heel veel.
  • Voeg eventueel een klein deel opkomende markten toe als je een aparte regio-allocatie wilt, maar overschat het effect niet.
  • Schrijf je verdeling op en herbalanceer een keer per jaar of bij een afwijking van vijf procentpunt.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is te veel aandelen aanhouden zonder dat je inschat hoe je reageert op een diepe correctie. Op papier wil iedereen 100% aandelen omdat het verwachte rendement hoger is, maar in een crisis verkopen veel beleggers juist op het slechtste moment. Een tweede fout is geen obligaties willen omdat de rente jaren laag is geweest. Obligaties zijn er niet om hard te stijgen, maar om te dempen wanneer aandelen dalen en om herbalancerings-munitie te zijn. Een derde fout is te veel cash aanhouden. Voor een noodbuffer prima, maar voor lange termijn vermogen geeft cash bijna gegarandeerd verlies aan koopkracht. Tot slot: een veel te ingewikkelde verdeling met tien fondsen voor elk wat. Drie tot vier fondsen is voor de meeste particulieren genoeg.

Nederlandse context

Voor Nederlandse beleggers gelden enkele specifieke aandachtspunten. Beleggingen vallen in box 3, samen met spaargeld en overige bezittingen. De Belastingdienst hanteert verschillende forfaitaire rendementen voor sparen en voor overige bezittingen. Die percentages en de heffingsvrije voet wijzigen jaarlijks; controleer de actuele cijfers via Belastingdienst.nl. Tegen 2027 wordt een stelsel op werkelijk rendement uitgerold. Beschikbare lifecycle- en mixfondsen worden onder andere aangeboden door Vanguard (LifeStrategy), Brand New Day, BinckBank/Saxo, ING, ABN AMRO en NN Investment Partners. Veel banken bieden ook beheerd beleggen met automatische asset allocation, vaak met een fee bovenop de fondskosten. Voor zelfbeleggers werken DEGIRO, Saxo, MEXEM, BUX en Trade Republic, die toegang geven tot indexfondsen en ETF’s die je zelf combineert. Vergunninghouder en KvK-registratie kun je nakijken via het AFM-register. Beleggingen worden bij brokers buiten de balans gehouden en vallen voor cash deels onder het Investor Compensation Scheme tot 20.000 euro (Nederland/EU); de stukken zelf zijn juridisch afgescheiden van het brokervermogen.

Veelgestelde vragen

Wat is asset allocation precies?
Het verdelen van je vermogen over verschillende categorieën, meestal aandelen, obligaties en cash. Soms wordt vastgoed of grondstoffen toegevoegd. De verdeling bepaalt het grootste deel van het verwachte rendement en de schommelingen van je portefeuille.

Is een 60/40-portefeuille nog van deze tijd?
De 60/40-verdeling werkte historisch goed in een omgeving van dalende rentes. In 2022 daalden aandelen en obligaties tegelijk, wat het concept ter discussie stelde. Op de zeer lange termijn blijft een gespreide verdeling tussen aandelen en obligaties zinvol als dempingsmechanisme.

Hoeveel cash moet ik aanhouden?
Houd 3 tot 6 maanden netto-uitgaven aan op een spaarrekening als noodbuffer, los van je beleggingen. Geld dat je binnen 1 tot 3 jaar nodig hebt, hoort niet op de beurs.

Wat is een lifecycle-fonds?
Een fonds dat automatisch de asset allocation aanpast aan een richtdatum, bijvoorbeeld je pensioenleeftijd. Naarmate die datum dichterbij komt schuift het fonds van overwegend aandelen naar overwegend obligaties.

Hoe bepaal ik mijn eigen verdeling?
Kijk naar drie dingen: horizon (hoe lang weg), risicobereidheid (hoe reageer je op verlies van 30%) en draagkracht (kun je een tegenvaller dragen zonder dat je leven omvalt). Tools van NIBUD en Wijzer in geldzaken kunnen helpen bij een eerste inschatting.

Tellen mijn pensioenpotten mee in asset allocation?
Strikt genomen wel, in een totaaloverzicht van je vermogen. In praktijk bekijken de meeste particulieren hun vrije beleggingen, pensioenpot en eventuele lijfrenterekeningen vaak apart, met elk een eigen verdeling.

Welke obligatie-ETF’s zijn in Nederland populair?
Brede Europese staatsobligatie-ETF’s en investment grade bedrijfsobligatie-ETF’s komen veel voor in particuliere portefeuilles, vaak met een TER tussen circa 0,07% en 0,25%. Justetf en Morningstar zijn handige bronnen om beschikbare opties en hun kerncijfers te vergelijken.

Is een hoge cash-positie verstandig in een hoge-rente-omgeving?
Op de korte termijn kan een aantrekkelijke spaarrente cash relatief aantrekkelijk maken, vooral voor je noodbuffer of voor geld dat binnen 1 tot 3 jaar nodig is. Voor lange-termijngeld blijft het reële rendement op cash historisch achter bij dat van aandelen.

Welke rol spelen vastgoed en grondstoffen in asset allocation?
Sommige beleggers voegen 5% tot 15% vastgoed (via een REIT-ETF) of grondstoffen (via een breed grondstoffen-ETF of een goudpositie) toe als spreidingscomponent. Het idee is dat deze categorieën zich anders gedragen dan aandelen en obligaties in bepaalde marktfases, bijvoorbeeld bij hoge inflatie. De wetenschappelijke onderbouwing is gemengd: op zeer lange termijn neemt de meerwaarde af, en de extra kosten en complexiteit zijn ook reëel. Voor de meeste particulieren is een eenvoudige verdeling tussen brede aandelen-ETF, obligatie-ETF en cash al voldoende.

Moet ik valuta-risico afdekken in mijn obligatiedeel?
Wel voor obligaties, niet voor aandelen luidt een veelgehoorde aanbeveling. De gedachte: het obligatiedeel is bedoeld als dempingsmechanisme, en valutaschommelingen kunnen dat doel verstoren. Voor aandelen-ETF’s wordt valuta-afdekking vaak juist niet aangeraden, omdat het op de lange termijn weinig toevoegt en wel kosten oplevert. Veel Europese obligatie-ETF’s noteren in euro of hedgen naar euro.

Dit artikel geeft algemene informatie over asset allocation en is geen persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen brengt risico’s met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Rendement uit het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. Beleg alleen met geld dat je kunt missen. Voor advies dat past bij jouw situatie raadpleeg je een AFM-vergunninghoudende financieel adviseur. Toezicht in Nederland ligt bij de AFM en De Nederlandsche Bank.

You may also like...