Value en growth zijn twee klassieke beleggingsstijlen die zich vaak tegengesteld gedragen. Value-beleggers zoeken aandelen die op basis van klassieke ratio’s zoals koers/winst, koers/boekwaarde of dividendrendement goedkoop ogen ten opzichte van het marktgemiddelde. Growth-beleggers richten zich op bedrijven waarvan omzet en winst hard groeien, ook als dat een hogere waardering rechtvaardigt. Beide kampen hebben hun decennia gehad: value domineerde grofweg tussen 2000 en 2007, growth daarna tot 2021, terwijl 2022 en 2023 weer een gedeeltelijk herstel van value lieten zien. Voor een Nederlandse belegger zijn beide stijlen eenvoudig bereikbaar via ETF’s en factorfondsen die op Euronext Amsterdam, Xetra of de London Stock Exchange noteren.
Waarom dit onderwerp ertoe doet
De keuze tussen value en growth is een van de oudste discussies in de beleggingswereld. Het onderscheid komt uit het werk van Benjamin Graham en David Dodd in de jaren dertig, later verfijnd door Warren Buffett met zijn aandacht voor intrinsieke waarde en kasstroom. Eugene Fama en Kenneth French bouwden hier in 1992 het Fama-French driefactormodel op, waarin value (high minus low book-to-market) een eigen premie heeft naast marktrisico en size. In de praktijk merken beleggers het verschil vooral aan hoe hun portefeuille beweegt in verschillende marktfases: rentestijgingen, recessies, AI-rallies en sectorrotaties beïnvloeden value en growth heel verschillend.
Een value-aandeel wordt typisch herkend aan een lage koers/winstverhouding, een lage koers/boekwaarde of een hoog dividendrendement. Voorbeelden zijn vaak banken, energiebedrijven, traditionele industrie, autofabrikanten en nutsbedrijven. Een growth-aandeel kenmerkt zich door hoge omzetgroei, vaak nog beperkte winst maar verwachte schaalvoordelen, en een fors hogere waardering. De Amerikaanse big tech zoals Nvidia, Microsoft, Amazon, Tesla en Alphabet zijn schoolvoorbeelden, samen met biotech, cloud-software en semiconductor-equipment.
Hoe presteren de strategieën historisch?
Over zeer lange periodes (Dimson, Marsh en Staunton volgen bijvoorbeeld 120 jaar marktdata in hun jaarlijkse Credit Suisse Global Investment Returns Yearbook) tonen value-aandelen een gemiddelde jaarlijkse premie boven growth in de orde van twee tot drie procent. Die premie is echter niet stabiel: er zijn periodes van vijftien jaar geweest waarin growth duidelijk leidde. Het afgelopen decennium tot 2021 is daar het meest sprekende voorbeeld van, met dominantie van Amerikaanse technologie en bijzonder lage rentes.
Vanaf 2022 kantelde het beeld even, omdat oplopende rentes de waardering van dure groei-aandelen onder druk zetten, terwijl banken en energiebedrijven profiteerden van hogere rentemarges en gestegen olieprijzen. In 2023 en 2024 kwam echter weer een nieuwe golf voor AI-gerelateerde growth-aandelen, met Nvidia als symbool. Dit illustreert dat geen enkele stijl permanent wint en dat de rotaties relatief plotseling kunnen zijn. Het onderstreept ook waarom veel particuliere beleggers uiteindelijk kiezen voor een combinatie, of voor een brede wereldwijde index waar zowel value als growth in zit.
Voorbeeld in de praktijk
Een Nederlandse belegger kan eenvoudig kiezen voor stijl-ETF’s. Voor brede value-exposure zijn er bijvoorbeeld iShares MSCI World Value Factor, Vanguard Global Value Factor en Avantis Global Equity Value. Voor growth-exposure zijn er iShares MSCI World Growth, Invesco S&P 500 Growth en thematische ETF’s op AI, robotics of cloud computing. Een vaak gebruikte aanpak is een 50/50-mix tussen value en growth binnen het aandelendeel, of een 70 procent brede wereldtracker met daarop een tilt van 15 tot 20 procent value. Een derde aanpak is rebalancing: jaarlijks terug naar de doelweging om automatisch hoog te verkopen en laag te kopen.
De kosten van deze stijl-ETF’s liggen tussen circa 0,18 en 0,40 procent TER. Dat is hoger dan een puur passieve MSCI World tracker, die je vanaf circa 0,12 procent koopt, maar lager dan klassieke actieve fondsen die vaak 1 tot 1,5 procent rekenen. Houd ook rekening met de spread bij aankoop en eventuele valuta-conversiekosten als je via een Nederlandse broker dollar-genoteerde varianten koopt.
Bekijk daarnaast hoe het fonds historisch presteerde tijdens specifieke marktevents. Een Quality-ETF zoals iShares Edge MSCI World Quality Factor doet het bijvoorbeeld goed in late-cyclische fases waarin beleggers selectief worden. Een Momentum-ETF kan juist sterke trends versterken, met als keerzijde dat hij in plotselinge marktomslagen relatief hard daalt. Combineer je beide met value, dan creëer je een blendportefeuille die minder afhankelijk is van het succes van één enkele stijl. Veel beleggers gebruiken dit principe in hun lange-termijn aandelenallocatie en herbalanceren bijvoorbeeld jaarlijks of op basis van een vooraf afgesproken bandbreedte van vijf procentpunten.
Praktische tips
- Begin met een breed gediversifieerde kern en kies pas daarna voor een stijl-tilt, anders krijg je te veel concentratie
- Overweeg een mix van beide stijlen om rotatierisico te dempen en de portefeuille minder afhankelijk te maken van de marktstemming
- Houd je gekozen verdeling ten minste vijf tot tien jaar aan; vaak switchen schaadt het rendement aantoonbaar
- Let bij value-ETF’s op de sector-mix; sommige zijn zwaar in financials of energie, wat een sectorwedde wordt
- Bij growth-ETF’s: controleer de concentratie in de top-10 holdings, die soms boven de 50 procent uitkomt
- Vergelijk de TER, fondsgrootte, replicatiemethode (fysiek of synthetisch) en gemiddelde handelsvolume
- Herbalanceer jaarlijks of na grote bewegingen om je doelweging vast te houden
- Combineer eventueel met andere factoren zoals quality of momentum voor betere risicospreiding
Veelgemaakte fouten
- Beleggers stappen in de winnende stijl na een lange rally en stappen uit na een correctie, precies op het verkeerde moment
- De keuze maken op basis van slechts één tot drie jaar prestaties zonder de cyclus te begrijpen
- Onvoldoende rekening houden met sector- en valutaconcentratie binnen de gekozen stijl-ETF
- Vergeten dat factor-ETF’s hogere kosten hebben dan brede trackers en dit verschil over decennia oploopt
- Mixen van te veel overlappende fondsen, waardoor de feitelijke tilt verwatert en je effectief weer de markt volgt
- De stijlkeuze emotioneel maken in plaats van vasthouden aan een eerder onderbouwde strategie
Nederlandse context
Beide stijlen vallen voor een particulier onder box 3. De Belastingdienst gebruikt voor 2026 een forfaitair rendement, dus het werkelijke koersrendement of dividend telt niet rechtstreeks. Controleer altijd de actuele tarieven en heffingsvrije voet bij de Belastingdienst. Dividenduitkerende ETF’s kunnen leiden tot kleine dividendlekkage, met name als ze Amerikaanse aandelen via een Ierse structuur houden. De AFM houdt toezicht op aanbieders en distributie; veel Europese stijl-ETF’s vallen onder Iers (CBI) of Luxemburgs (CSSF) toezicht. Toezicht op brokers ligt bij DNB en AFM gezamenlijk.
Bij brokers als DEGIRO en Saxo zijn populaire value-ETF’s vaak zonder aankoopcommissie te verhandelen via de zogenoemde kernselectie of trackerlijst, terwijl andere stijl-ETF’s wel transactiekosten kennen. Trade Republic biedt sparen vanaf één euro per inleg, wat dollar cost averaging op multi-factor ETF’s eenvoudig maakt. MEXEM richt zich meer op ervaren beleggers met toegang tot een breder universum. Voor de keuze tussen aanbieders is naast tarief ook de gebruikersinterface, de fiscale rapportage voor box 3 en de klantenservice van belang. Tarieven veranderen regelmatig, dus baseer je beslissing op de meest recente informatie op de site van de broker (per 2026).
Veelgestelde vragen
Is value of growth beter voor de lange termijn?
Op zeer lange termijn toont value historisch een kleine premie, maar geen van beide stijlen wint structureel ieder decennium. De keuze hangt af van je risicotolerantie, beleggingshorizon en geduld om door slechte periodes heen te zitten. Veel academici raden een combinatie of een multi-factor benadering aan om afhankelijkheid van één enkele stijl te vermijden.
Wat is de invloed van rente op value en growth?
Stijgende rentes drukken doorgaans de waardering van groei-aandelen omdat hun toekomstige kasstromen verder weg liggen en zwaarder gediscounteerd worden. Value-aandelen hebben vaak een sterker huidig kasstroomprofiel en zijn daardoor minder gevoelig. In een renteverlagingsfase keren de rollen meestal om en presteren groei-aandelen weer beter, zoals we zagen in de periode 2009 tot 2021.
Welke ETF dekt beide stijlen?
Een brede tracker zoals VWCE, IWDA of CSPX bevat per definitie zowel value als growth-aandelen omdat hij de gehele markt volgt. Voor expliciete blends bestaan er multi-factor ETF’s die value, quality, momentum en low vol combineren in één product, met TER’s rond 0,30 procent.
Zijn dividendaandelen hetzelfde als value?
Niet exact. Veel dividendaandelen zijn ook value omdat een hoog dividendrendement vaak samengaat met een lage waardering. Maar value omvat ook bedrijven zonder hoog dividend, en sommige groei-aandelen keren toch dividend uit. De overlap is groot maar niet volledig.
Hoe vaak moet ik herbalanceren?
Eens per jaar is gangbaar, of wanneer een component meer dan een vooraf bepaalde drempel afwijkt (bijvoorbeeld vijf procentpunten). Te vaak herbalanceren leidt tot extra transactiekosten en mogelijke fiscale impact in andere boxen.
Kan ik value en growth via een Nederlandse broker kopen?
Ja, DEGIRO, Saxo, MEXEM en Trade Republic bieden allemaal Europese UCITS-stijl-ETF’s. Tarieven verschillen per broker; controleer de actuele kostenstaffel en eventuele valuta-conversiekosten op de site van de broker (per 2026, tarieven kunnen wijzigen).
Dit artikel geeft algemene informatie over value en growth beleggen en is geen persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen brengt risico’s met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Rendement uit het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. Beleg alleen met geld dat je kunt missen. Voor advies dat past bij jouw situatie raadpleeg je een AFM-vergunninghoudende financieel adviseur. Toezicht in Nederland ligt bij de AFM en De Nederlandsche Bank.

