De vermogensrendementsheffing is voor veel beleggers de belangrijkste belasting op hun portefeuille. Sinds 2023 maakt de Belastingdienst onderscheid tussen vermogenscategorieën, met een hoog forfait voor beleggingen en een lager forfait voor spaargeld. Voor wie aandelen, ETF’s, obligaties of cryptovaluta aanhoudt, kan dat onverwacht hoog uitvallen, vooral in jaren met een tegenvallend rendement. Tegelijk biedt de tegenbewijsregeling sinds de Hoge Raad-arresten ruimte om belasting te beperken als je werkelijke rendement lager ligt dan het forfait. In dit artikel leggen we uit hoe de vermogensrendementsheffing in 2026 uitpakt voor beleggers, met concrete rekenvoorbeelden en aandacht voor de praktische administratie.
De basis: forfait en tarief in 2026
Het stelsel werkt in twee stappen. Eerst berekent de Belastingdienst een fictief rendement op je vermogen via vaste percentages per categorie. Daarna heft hij 36 procent over dat fictieve rendement, voor zover je vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. Voor 2026 gelden:
- Spaargeld: circa 1,44 procent (voorlopig)
- Beleggingen en overige bezittingen: 6 procent
- Schulden: circa 2,62 procent (voorlopig)
- Heffingsvrij vermogen: 59.357 euro per persoon, 118.714 euro voor fiscale partners
- Belastingtarief: 36 procent
Het verschil tussen 1,44 procent op sparen en 6 procent op beleggen maakt het stelsel pijnlijk voor beleggers in jaren waarin de beurs verlies levert. Controleer actuele tarieven via Belastingdienst.nl, regels wijzigen jaarlijks.
Wat valt onder beleggen?
De Belastingdienst rekent een breed scala aan vermogen tot de categorie beleggingen en overige bezittingen:
- Aandelen en aandelen-ETF’s
- Obligaties en obligatie-ETF’s
- Cryptovaluta zoals bitcoin en ethereum
- Tweede woning of beleggingspand (WOZ-waarde)
- Vorderingen op anderen, zoals een lening aan je kinderen
- Edelmetalen en verzamelobjecten met beleggingsdoel
Het maakt voor het forfait niet uit of je belegt via DEGIRO, Saxo, MEXEM, Trade Republic of een andere broker met vergunning. Wel maakt het uit voor je administratie: hoe makkelijker je een jaaroverzicht krijgt, hoe sneller je aangifte klaar is.
Rekenvoorbeeld voor 2026
Stel: je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 een spaarsaldo van 20.000 euro en een effectenportefeuille van 80.000 euro. Totaal vermogen 100.000 euro.
Stap 1, fictief rendement: 20.000 keer 1,44 procent = 288 euro. 80.000 keer 6 procent = 4.800 euro. Totaal voordeel: 5.088 euro.
Stap 2, gemiddelde rendementsgrondslag: 100.000 euro. Het deel boven het heffingsvrij vermogen is 100.000 minus 59.357 = 40.643 euro, ofwel ongeveer 40,6 procent van je vermogen.
Stap 3, belastbaar voordeel: 5.088 keer 40,6 procent = circa 2.066 euro.
Stap 4, belasting: 2.066 keer 36 procent = ongeveer 744 euro.
Dit is een sterk vereenvoudigd voorbeeld; de definitieve formule en uitkomst staan op Belastingdienst.nl. Bij hogere vermogens loopt het bedrag stevig op, vooral als het zwaartepunt bij beleggingen ligt.
Tegenbewijs: wanneer is het de moeite waard?
Na de Hoge Raad-arresten kunnen beleggers tegenbewijs leveren. Dat betekent dat je aantoont dat je werkelijke rendement lager lag dan het forfait van 6 procent. Voor 2026 mag dat via de aangifte. Houd er rekening mee dat je dan een complete berekening moet maken van:
- Beginvermogen op 1 januari
- Eindvermogen op 31 december
- Stortingen en opnames gedurende het jaar
- Ontvangen dividend, rente en huur
- Gerealiseerde koerswinst en koersverlies
- Ongerealiseerde waardeveranderingen
Bij brede aandelen-ETF’s in een bull-jaar zal het werkelijke rendement vaak hoger zijn dan 6 procent en heeft tegenbewijs geen zin. In een bear-jaar kan het juist duizenden euro’s schelen. Voor wie meerdere accounts heeft, kan een fiscaal adviseur de berekening efficient maken.
Dividendbelasting en de samenhang met box 3
Op Nederlandse dividenden houdt de uitkerende vennootschap 15 procent dividendbelasting in. Die dividendbelasting kun je verrekenen met je inkomstenbelasting via de aangifte. Op Amerikaanse dividenden komt daar 15 procent bronbelasting bij (met W-8BEN-formulier), die je deels of geheel kunt terugvragen via een vrijstellingsmethode in de aangifte. Op ETF’s met fondsdomicilie Ierland (zoals VWCE of IWDA) zit dividendlekkage soms verstopt op fondsniveau; let daar op bij brede wereldfondsen.
Vermogen tussen partners verdelen
Fiscale partners kunnen het vermogen in box 3 vrij verdelen in de aangifte. Daarmee is het bijvoorbeeld mogelijk om het heffingsvrij vermogen optimaal te benutten of om belasting in een specifiek jaar te beperken. Let er wel op dat de verdeling alleen fiscaal is, niet civielrechtelijk. Voor de eigendomsverhouding op je rekeningen blijft gelden wie als rekeninghouder of effectenhouder geregistreerd staat.
Spaarder versus belegger
Het verschil tussen het spaargeld-forfait (circa 1,44 procent) en het beleggingen-forfait (6 procent) zorgt voor opvallende uitkomsten. Wie 100.000 euro op een spaarrekening heeft staan, krijgt een fictief rendement van ongeveer 1.440 euro toegerekend. Wie 100.000 euro in een wereldwijde aandelen-ETF heeft, krijgt 6.000 euro toegerekend. Met 36 procent heffing scheelt dat per peildatum circa 1.640 euro aan belasting. Voor wie boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, is dat een echt bedrag. Tegelijk is het rendement op beleggen op lange termijn historisch ook hoger. Het stelsel beloont dus risicomijding fiscaal, maar straft het niet absoluut: brede aandelenbeleggingen leveren historisch genoeg op om het hogere forfait te dragen, tenminste over een volledige beurscyclus.
Voorbeeld met partners en gespreid vermogen
Twee fiscale partners hebben samen 250.000 euro vermogen op 1 januari 2026: 50.000 euro spaargeld en 200.000 euro in ETF’s. Het heffingsvrij vermogen samen is 118.714 euro. Fictief rendement: 50.000 keer 1,44 procent = 720 euro plus 200.000 keer 6 procent = 12.000 euro, totaal 12.720 euro. Het belastbaar deel boven het heffingsvrij vermogen is (250.000 minus 118.714) gedeeld door 250.000, ofwel circa 52,5 procent. Belastbaar voordeel: 12.720 keer 52,5 procent = ongeveer 6.678 euro. Belasting: 6.678 keer 36 procent = circa 2.404 euro. Verdeling tussen partners is fiscaal vrij en kan dit bedrag iets beïnvloeden in de aangifte; controleer altijd de definitieve berekening op Belastingdienst.nl.
Vergelijking met buurlanden
Beleggers in Nederland vragen zich soms af of het stelsel in België of Duitsland gunstiger is. België kent geen vermogensbelasting, maar wel een effectieve heffing op meerwaarden van bepaalde fondsen en een beurstaks. Duitsland heeft een Abgeltungssteuer van 25 procent (plus solidariteitstoeslag) op gerealiseerde rente, dividend en koerswinst, met een Sparerpauschbetrag (vrijstelling) van circa 1.000 euro per persoon. Voor Nederlanders die overwegen te emigreren is het belangrijk te weten dat fiscale gevolgen volgen op feitelijke verhuizing en uitschrijving uit de Nederlandse basisregistratie. Een fiscaal grensgeval is complex; vraag bij twijfel een specialist in internationaal fiscaal recht.
De rol van de tegenbewijsregeling op lange termijn
Tegenbewijs kost tijd, maar kan substantieel schelen. Wie een grote portefeuille heeft, doet er goed aan om elk jaar opnieuw te beoordelen of tegenbewijs zinvol is. Bij een breed gespreide aandelen-ETF zal het werkelijke rendement in goede jaren hoger zijn dan 6 procent; in slechte jaren lager. Op de lange termijn middelt dat ongeveer uit. Het stelsel is daardoor over een volledige beurscyclus minder ongunstig dan in een enkel slecht jaar. Voor obligatie-ETF’s met lagere rendementen kan tegenbewijs vaker nuttig zijn. Hou ook rekening met de aangekondigde Wet werkelijk rendement, die deze problematiek op termijn structureel moet oplossen.
Praktische tips voor beleggers
- Bewaar jaaroverzichten van elke broker en bank, ook na uitschrijving
- Houd transactiehistorie minstens vijf jaar bij voor controles
- Bekijk voor 1 januari of je vermogensverdeling fiscaal logisch staat
- Vergelijk je netto rendement met het forfait, niet alleen je bruto opbrengst
- Overweeg groene beleggingen voor de aparte vrijstelling van circa 30.000 euro per persoon
- Check of cryptovaluta-balansen in je aangifte staan; de Belastingdienst krijgt informatie van Europese exchanges
- Vraag bij twijfel een fiscalist om mee te kijken, vooral bij een internationale portefeuille
Veelgestelde vragen
Geldt het 6 procent forfait ook voor obligatie-ETF’s?
Ja. Alle ETF’s vallen onder beleggingen en overige bezittingen, ongeacht de onderliggende activa. Een obligatie-ETF met een werkelijk rendement van bijvoorbeeld 3 procent wordt fiscaal hetzelfde behandeld als een aandelen-ETF met 10 procent rendement: beide krijgen het forfait van 6 procent toegerekend, tenzij je tegenbewijs levert.
Moet ik mijn cryptovaluta opgeven?
Ja. Cryptovaluta vallen onder beleggingen en overige bezittingen. Het saldo per 1 januari telt mee in box 3. Europese exchanges leveren onder DAC8 vanaf 2026 gegevens aan de Belastingdienst. Niet aangeven is dus risicovol en kan leiden tot boetes en naheffingen.
Telt mijn pensioenkapitaal mee?
Nee. Pensioenkapitaal in de tweede en derde pijler (werkgeverspensioen, lijfrente) valt niet in box 3 maar wordt belast bij uitkering in box 1. Een eigen woning valt in box 1, niet in box 3.
Hoe geef ik beleggingen bij meerdere brokers aan?
Je telt de waardes per 1 januari op tot één bedrag in de aangifte. Brokers leveren jaaroverzichten met de stand per peildatum. Voor cryptovaluta gebruik je de waarde op 1 januari volgens een herkenbare bron (bijvoorbeeld de slotkoers op een grote exchange).
Wat als ik in 2026 verlies maak op mijn portefeuille?
Onder het forfaitaire stelsel wordt verlies niet automatisch verrekend. Via de tegenbewijsregeling kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager (of negatief) was. Voor een verliesjaar kan dat de heffing fors verlagen, mits je de berekening grondig onderbouwt.
Dit artikel geeft algemene informatie over de vermogensrendementsheffing en is geen persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen brengt risico’s met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Rendement uit het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. Beleg alleen met geld dat je kunt missen. Controleer actuele tarieven via Belastingdienst.nl, regels wijzigen jaarlijks. Voor advies op maat raadpleeg je een fiscalist of een AFM-vergunninghoudende adviseur. Toezicht ligt bij de AFM en De Nederlandsche Bank.

